De werking van
kinine als medicijn tegen
malariafascineerde hem.
Toediening van kinine wekte bij gezonde mensen vergelijkbare symptomen op als bij een malariabesmetting. Zijn veronderstelling was daarom dat met het gelijkende het gelijke zou kunnen worden genezen:
similia similibus curentur. Zonder te weten hoe het werkte begon hij met zijn ontdekking te experimenteren. Hij testte allerlei stoffen op zichzelf en familie en vrienden uit om erachter te komen welke
vergiftigingsverschijnselen zij veroorzaakten. Vervolgens vergeleek hij deze vergiftigingsverschijnselen met bekende ziekteverschijnselen, waardoor hij steeds nieuwe
medicijnen ontdekte. Om giftige stoffen hun schadelijkheid te ontnemen verdunde hij ze. Daarbij stelde hij vast dat de verdunning niet alleen de bijwerkingen verzwakten, maar ook de werking. Hij kwam op het idee om behalve het verdunnen ook de oplossing te schudden door ritmische schudslagen op een veerkrachtige ondergrond: het
potentiëren. Deze schudslagen verhoogden volgens Hahnemann de werking van het middel zonder de bijwerkingen. Hij ontwierp daarop een standaardverdunnings- en schudschema.